
Leda and the Swan
A sudden blow: the great wings beating still
Above the staggering girl, her thighs caressed
By the dark webs, her nape caught in his bill,
He holds her helpless breast upon his breast.
How can those terrified vague fingers push
The feathered glory from her loosening thighs?
And how can body, laid in that white rush,
But feel the strange heart beating where it lies?
A shudder in the loins engenders there
The broken wall, the burning roof and tower
And Agamemnon dead.
Being so caught up,
So mastered by the brute blood of the air,
Did she put on his knowledge with his power
Before the indifferent beak could let her drop?
Dit is één van de bekendste gedichten van William Butler Yeats (1865-1939), de Ierse reus die samen met Eliot de laatste was die qua mythische gestalte in het rijtje paste van Shakespeare, Milton, Donne, Wordsworth, Keats, Whitman, Tennyson en Browning. Een merkwaardig wapenfeit voor een klein landje als Ierland, om Yeats, Joyce, Flann O’Brien en Beckett te hebben voortgebracht (ook Jonathan Swift en Oscar Wilde waren van oorsprong Iers); misschien is overmatig alcohol gebruiken heilzamer dan gedacht wordt.
Hoe dat ook zij: ‘Leda and the Swan’ behandelt een klassieke Griekse mythe, die als één van Zeus’ bekendste ‘avontuurtjes’ bekendstaat, nl. de verkrachting van een vrouw genaamd Leda in de hoedanigheid van een zwaan. Yeats toont op onwaarschijnlijk kort bestek de verstrekkende gevolgen van die handeling aan, – uit de bevruchting kwam Helena voort, de vrouw die de Trojaanse Oorlog zou ontketenen door geschaakt te worden door Paris.
Yeats kan met korte zinnetjes gestalte geven aan grote dingen: denk aan hoe de canonieke regels Things fall apart/the center cannot hold/mere anarchy is loosed upon the world bij elke grote dramatische ontwikkeling gebruikt worden om de teneur uit te drukken. Ook bij ‘Leda and the Swan’ zit een hele vloot van betekenissen verpakt in de structuur van een sonnet. De beschrijving van de verkrachting zelf is beeldend, tastbaar, en niet gespeend van sensualiteit:
A sudden blow: the great wings beating still
Above the staggering girl, her thighs caressed
By the dark webs, her nape caught in his bill,
He holds her helpless breast upon his breast.
‘A sudden blow’ zet de toon, plaatst het gedicht in een overrompelend hier en nu; de volgende regels tekenen een scène uit waarbij een magnifieke figuur over een weerloos meisje uittorent. Yeats’ beschrijvingen van de zwaan geven de indruk dat het om een antropomorf, hybridisch wezen gaat, een reusachtige gestalte met brede vleugels die de vrouw overmeestert. De achterkant van haar nek (‘nape’) wordt door zijn snavel (‘bill’) gegrepen; zijn vleugels klapperen nog steeds. Maar het intieme van de aanraking wordt tegelijk benadrukt: haar dijen worden ‘geaaid’ door zijn donkere webben, hij drukt zijn borstkas tegen haar hulpeloze boezem aan. Het volgende kwatrijn geeft aan in hoeverre de vrouw weerloos staat tegenover haar belager:
How can those terrified vague fingers push
The feathered glory from her loosening thighs?
And how can body, laid in that white rush,
But feel the strange heart beating where it lies?
Zeus als een ‘gevederde glorie’ beschrijven verleent hem opnieuw iets majestueus, waartegen niets vernomen kan worden: het gedicht wordt hier duister en verontrustend, omdat het niet alleen aantoont dat Zeus te sterk was, maar de overrompeling zo beschrijft dat het lijkt alsof Leda zich enigszins gewonnen gaf, of nog: verleid werd door de pracht en praal van Zeus-als-zwaan. Die ambivalentie zit in de combinatie van ‘terrified vage fingers’ (wat de angst en weerloosheid beschrijft) en ‘loosening thighs’, vlak na de ‘feathered glory’ (wat lijkt te suggereren dat haar dijen de weg vrijmaken voor de furie van de zwaan).
Hoe kan een lichaam het kloppen van Zeus’ hart weerstaan? De onbepaaldheid van ‘body’ is hier veelbetekenend: Yeats maakt duidelijk dat niemand hiertegen bestand zou zijn. De overrompeling is onvermijdelijk. ‘White rush’ is opnieuw sluw, omdat het via het adjectief wit iets moois of positiefs uitdrukt: Yeats buit zo de symboliek uit die al aan de mythe zelf ten grondslag ligt: zwanen staan bekend als majestueuze en elegante dieren, een logische vermomming dus voor een god, die sterk contrasteert met de walgelijkheid waaraan Zeus zich te buiten gaat.
A shudder in the loins engenders there
The broken wall, the burning roof and tower
And Agamemnon dead.
De derde strofe gebruikt Yeats om een plotse reusachtige sprong te maken, om te laten zien hoe een eenmalige verkrachting de loop van de hele geschiedenis verandert. Het kind dat Leda zal baren, zal uiteindelijk als twistappel fungeren tussen de Trojanen en de Grieken, en zo leiden tot de vernietiging van Troje, – en Yeats gaat nog verder en neemt de nasleep van die geschiedenis ook in beschouwing, met het vermelden van de dood van Agamemnon (diens vrouw Klytaemnestra, die samen met haar minnaar zijn dood bekokstooft, was de halfzus van Helena, en dus ook een dochter van Leda). De regel ‘And Agamemnon dead’ is schitterend door het ontbreken van syntax en toont zo Yeats’ vernietigende elliptische kracht.
Eén enkele handeling, in een handomdraai voorbij, bepaalt het lot van de mensheid, zorgt ervoor dat Achilles en Odysseus ten strijde trekken en dat de muren van Troje verbrand worden. Het motief van het fatum ligt in deze regels besloten: door toedoen van de goden (in dit geval Zeus), waartegen de mens niets kan beginnen, wordt een keten van gebeurtenissen gestart die leven en dood van de mens vastleggen. Agamemnon sterft (vooruitgeworpen in de toekomst) op het moment dat Zeus zijn zaad in het bekken van Leda stort.
Being so caught up,
So mastered by the brute blood of the air,
Did she put on his knowledge with his power
Before the indifferent beak could let her drop?
De laatste, mysterieuze regels alluderen op de mogelijkheid dat Leda tijdens de overrompeling dankzij de intieme verstrengeling over goddelijke kennis beschikte – misschien zag zij in een flits de brandende muren van Ilium –, en tegelijk wordt als finale noot de onverschilligheid van Zeus benadrukt, hij die in een wellustige bui een weerloze vrouw besprong en zo de geschiedenis veranderde. Voor Zeus stelde het weinig voor, was het maar een kort moment van extase, één van de velen; voor haar was het een ontwrichtende gebeurtenis die haar leven ingrijpend veranderde (net als voor de rest van de Griekse en Trojaanse bevolking). Het noodlot staat niet stil bij het onheil dat ze veroorzaakt, is er niet emotioneel mee verbonden: het genereert via toevalligheden gebeurtenissen en gaat dan verder, alsof er niets gebeurd is.
Aldus eindigt één van Yeats’ grootste gedichten. Er kunnen overigens nog duizend-en-één andere betekenissen of metaforen in gelezen worden, – sommige commentatoren wijzen bijvoorbeeld op de gelijkenis met de Annunciatie, het verhaal van de onbevlekte ontvangenis van Maria (het kind dat zij baart na goddelijke interventie bepaalt ook in grote mate de koers van de geschiedenis). Maar dat is voer voor exegeten en past niet in dit kort bestek. Wat niet wegneemt dat het aantoont hoeveel Yeats op de korte baan weet te suggereren en symboliseren. Hij kan gelden als één van de ultieme voorbeelden van de poeta doctus, die gebruikt maakt van klassieke mythes en verhalen als matera poëtica, zonder ooit zijn eigen tijdsgewricht uit het oog te verliezen. Ooit gold het nog als vanzelfsprekend om als dichter bekend te zijn met de Hebreeuwse en Griekse-Romeinse traditie. Vergeef ons het gezeur, maar de gedichten van dichters als Yeats en Cavafy reduceren veel van wat tegenwoordig voor poëzie doorgaat tot oppervlakkig en modieus geneuzel, dat gisteren gemaakt is, vandaag door de wind wordt weggeblazen en morgen is vergeten.
door Arthur
