Lewis Carroll: Alice’s adventures in Wonderland & Through the Looking-Glass

♞ PERSONAGES

Alice: het kleine meisje dat door haar nieuwsgierigheid Wonderland intuimelt en de gebeurtenissen aldaar nogal laconiek opneemt
The White Rabbit: konijn dat een horloge in zijn vestje heeft zitten en aldoor te laat is
The Mad Hatter: krankzinnige hoedenmaker die louter nonsens uitkraamt
The March Hare: zo mogelijk nog krankzinniger dan de Mad Hatter
The Doormouse: slaapt zich grotendeels door de krankzinnigheid van haar twee tafelgenoten heen
The Cheshire Cat: kat die in het luchtledige kan opgaan, waarbij zijn grijns als laatste verdwijnt
The Queen of Hearts: boze koningin wier voornaamste edict eruit bestaat dat iemands hoofd moet worden afgehakt
The Duchess: nog een kwaaie tante met een voorliefde voor het afhakken van hoofden, die hardhandig met haar kindje omgaat
Humpty-Dumpty: een eiman met onverwoestbare logica. Daarnaast ook volstrekt krankzinnig
Tweedledum & Tweedledee: kleine, corpulente tweeling, die voornamelijk krankzinnig zijn en het beroemde gedicht ‘The walrus and the carpenter’ voordragen
The Knight: verwarde ridder die een nieuwe manier bedacht om hekken over te klimmen (eerst het hoofd, dan de benen)

༄ OPENINGSZIN

Alice was beginning to get very tired of sitting by her sister on the bank, and of having nothing to do: once or twice she had peeped into the book her sister was reading, but it had no pictures or conversations in it, “and what is the use of a book,” thought Alice, “without pictures or conversations?”

De paragraaf hierna loopt het witte konijn al voorbij; de paragraaf daarna valt ze in het konijnenhol; Carroll verstaat de deugd zich enkel tot het strikt noodzakelijke te beperken.

▼ INHOUD

In deel 1 ziet Alice op een dag, als ze zich aan het vervelen is, plotseling een wit konijn voorbijlopen dat een horloge uit zijn vestzakje opdiept en uitroept dat hij te laat zal zijn; dit intrigeert haar zodat ze besluit hem te volgen. Hij verdwijnt in een konijnenhol, Alice volgt hem en belandt zo in Wonderland, een droomachtige wereld waar logica ontbreekt (hoewel je ook zou kunnen zeggen: waar logica tot het uiterste wordt gedreven) en elk levend organisme dat Alice aantreft met spraak begiftigd en volmaakt krankzinnig blijkt te zijn.

Wat Wonderland met dromen gemeen heeft, is dat de spatio-temporele configuratie van de werkelijkheid fluïde en veranderlijk is: de contouren van de ruimte waarin Alice zich bevindt zijn nooit helder uitgetekend, wat het geheel een fantasmagorisch en surrealistisch gevoel geeft. Zo begint Alice vroeg in het begin van deel I te huilen omdat ze na het drinken van een geheimzinnig flesje een reuzin is geworden; nadat ze terug gekrompen is na het eten van een daartoe bestemde cake, wordt ze door de stroom van haar tranen meegesleurd; na verloop van tijd blijken er muizen en vogels mee in de stroom te zitten, die het gezelschap verderop aflevert.

Dit ‘verderop’ is altijd vaag, evenals de woorden van de personages die met Alice converseren. Alice is bij dit alles lichtelijk verbaasd, maar accepteert het snel, zoals bij de vergadering die ze houdt met de muis, de dodo en ander gevogelte waarmee ze gestrand is: ‘The first question of course was, how to get dry again: they had a consultation about this, and after a few minutes it seemed quite natural to Alice to find herself talking familiarly with them, as if she had known them all her life.’ Het hieruit volgende gesprek is totaal onzinnig en zet de toon voor alle andere gesprekken waaraan Alice deelneemt; Carrolls bijzondere voorliefde voor absurde grappen die betrekking hebben op taal en logica blijkt uit navolgende dialoog:

“I thought you did,” said the Mouse. “I proceed: ‘Edwin and Morcar, the earls of Mercia and Northumbria, declared for him; and even Stigand, the patriotic Archbishop of Canterbury, found it advisable –’”
“Found
what?” said the Duck.
“Found
it,” the Mouse replied rather crossly: “of course you know what ‘it’ means.”
“I know what ‘it’ means well enough, when
I find a thing,” said the Duck: “it’s generally a frog, or a worm. The question is, what did the archbishop find?”
The Mouse did not notice the question, but hurriedly went on (…)’


Er wordt vervolgens niets verstrekkends beslist in de vergadering, waarna Alice naar het volgende avontuur overgaat, en zo gaat het maar door tot het einde. Een rode draad ontbreekt ten enenmale. De meest noemenswaardige personen die Alice op haar pad aantreft zijn Absolem de waterpijp rokende Catterpillar, die haar de verwarrende vraag stelt ‘Who are you?’, the Duchess met kind (die in een biggetje verandert) en Cheshire Cat, het triumviraat de Mad Hatter, de March Hare en de Doormouse, en de Queen of Hearts, wier proces omwille van de vermeende diefstal van taartjes de culminatie en het eindpunt vormt van deel I, wanneer Alice alle onzin en kletspraat finaal moe is en uitroept ‘You’re nothing but a pack of cards!”, waarna Wonderland en alle daar levende wezens verdwijnen en Alice wakker wordt.

Deel II vindt niet plaats in Wonderland, maar de wereld waar ze deze keer via een spiegel in belandt had evengoed zo kunnen heten: de wetten van het universum zijn ietwat anders, maar de personages verwarren Alice nog steeds met dezelfde nonsens. Ze is in haar woonkamer aan het schaken met haar kat, Dinah (of dat neemt ze zich tenminste voor), wanneer ze uit verveling de spiegel inloopt en in een soort van parallel universum terechtkomt, waar alles het omgekeerde is als in de normale werkelijkheid (blijf je ter plaatse staan dan ga je vooruit, ren je dan blijf je ter plaatse) en waar ze opnieuw pratende dieren en planten aantreft en de configuratie van de wereld elk moment kan veranderen: een hoogtepunt is de scène waarin Alice van het ene op het andere moment in een winkel blijkt te staan waar een gemoedelijk breiend schaap in mensenkleren achter de toonbank zit, dat op een gegeven moment vraagt of Alice kan roeien; die zin is nog niet gezegd of Alice zit plotseling in een klein bootje op het water te roeien, waarbij ze moet opletten de krabben niet te raken met haar roeispanen.

Carrolls liefde voor schaak uit zich in de schikking van de wereld in enorme schaakvlakken, en een nonsensicaal spel als bijlage voorafgaand aan het verhaal; sommige stukken, zoals de Knight en de Queen, ontmoet Alice. Op het einde slaagt ze erin te promoveren tot koningin, waarna ze een gesprek voert met de twee andere koninginnen, maar spoedig daarna ontwaakt ze andermaal uit haar droom, – en dan is het uit met de pret. Meest opmerkelijke personages zijn in deel II Humpty Dumpty, Tweedledum & Tweedledee, en de zichtbaar verwarde Knight.

▲ WAAROM IS HET GOED

In den beginne was Alice in Wonderland: Carroll was met zijn meesterwerk zijn tijd zo ver vooruit dat het op een anachronistische aberratie lijkt, een vergissing in de natuur: de avant-gardisten van de twintigste eeuw, met de surrealisten op kop, the Marx Brothers, Monty Python, Hans Teeuwen, Michaux, Jarry, Cortázar, John Lennon: allemaal volgen ze in de traditie die begon met Carroll en zijn absurde nonsens. Het wordt elke volwassene ten zeerste aangeraden het boek opnieuw ter hand te nemen: het wordt bij elke herlezing beter.  

Carroll verdient eeuwige lof omdat hij het genie en het lef had om de geijkte paden van de kinderliteratuur, waar het bezwaarlijk onder gerangschikt kan worden, te verlaten en zijn protagonist een plot te laten doorlopen waar ze niets wijzer uit wordt, waar punt A niets te maken heeft met punt B, zodat ze op het einde gefrustreerd een einde maakt aan de verwarrende nonsens op hardhandige wijze (vooruitwijzend naar het bruuske einde van Monty Python and the Holy Grail, wanneer een stel politieagenten koning Arthur komen arresteren net voor de ultieme veldslag). Geen groots slot, geen missie die tot een goed einde is gebracht, geen terugkerende personages, geen diepere inzichten, enkel een droomwereld vol bizarre sujetten die Alice als fantasmas aantreft.

Alice Liddell, Carrolls muze, op een foto door Carroll genomen

Het sublieme aan Alice is dat Alice door al die figuren geaccepteerd wordt en onmiddellijk in hun gesprekken wordt betrokken, net zoals Alice zich niet bijster veel vragen stelt bij de wereld (Wonderland of spiegelland) waar ze in terecht is gekomen. Ze vindt het allemaal maar een eigenaardig boeltje, maar twijfelt nooit aan de waarheid ervan, en in haar spoor laat de lezer ook alle ongeloof varen, – de kracht van Carrolls betovering is zo sterk dat het moment waarop Alice Wonderland en haar bewoners als een bel doet uiteenspatten met haar woedende uitval, de lezer enkele seconden van teleurstelling en onbegrip moet verwerken, nu hij beseft dat het allemaal maar een droom was en dat het gedaan is, – Carrolls wereld en figuren zijn zo’n glorieuze scheppingen dat de roemrijkste personages (de Mad Hatter, Cheshire Cat, Humpty Dumpty), hoewel ze maar enkele pagina’s in beslag nemen, een even grote ruimte in het collectieve literaire geheugen van de wereld innemen als grootheden als Hamlet, Don Quichot, mr. Pickwick, Leopold Bloom, Aureliano Buendía en Anna Karenina. We hebben het gevoel dat we de Mad Hatter kennen, alsof het een oude kennis is, we zien hem wanneer hij genoemd wordt voor ons geestesoog zitten aan zijn theepartijtje, alsof hij werkelijk bestaat, ergens, op een onbepaalde plaats, – zo overtuigend is zijn passage in Alice.

Het theepartijtje is een hoogtepunt; Alice wordt al op voorhand geattendeerd op het geschifte karakter van de theegebruikende tafelgenoten door de Cheshire Cat, die daarna dialectisch haar eigen krankzinnigheid aantoont:

“In that direction,” the Cat said, waving its right paw round, “lives a Hatter: “and in that direction,” waving the other paw, “lives a March Hare. Visit either you like: they’re both mad.”
“But I don’t want to go about mad people,” Alice remarked.
“Oh, you ca’n’t help that,” said the Cat: “We’re all mad here. I’m mad. You’re mad.”
“How do you know I’m mad?” said Alice.
“You must be,” said the Cat, “or you wouldn’t have come here.”


Bij aankomst blijken ze inderdaad niet goed snik te zijn: de beschrijving van de drie sujetten toont Carroll op z’n meest vernuftig en geschift, alsof hij uit een onuitputtelijke bron kon putten voor vondsten en beelden (Carroll is één van de beste bewijzen dat er een onverklaarbare goddelijke inspiratie hier en daar door het bloed van sommige individuen stroomt, want hij was maar een relatief doodgewone wiskundeprofessor toen hij de Alice-verhalen uit zijn duim zoog om een meisje genaamd Alice verstrooiing te bezorgen, er totaal niet op bedacht dat hij één van de meest onvergankelijke werken uit de wereldliteratuur zou schrijven). De Dormouse is diep in slaap; de Mad Hatter en de March Hare leunen met hun ellenbogen op haar hoofd en praten druk door elkaar heen; en ze zitten met z’n drieën op elkaar gepropt aan een klein hoekje van de reusachtige tafel. De nieuwaangekomene begroeten ze met een combinatie van rare vragen en raadsels (‘Why is a raven like a writing-desk?”). De tafel is bezaaid met gebruikte theekopjes: de Mad Hatter legt uit dat de Tijd door de Queen werd onthoofd om 6 uur ‘s avonds , waardoor het nu voorgoed tea time is; vandaar dat het triumviraat niets anders meer doet. In één van de dialogen tussen de Mad Hatter en Alice bereikt Carroll een nieuwe dimensie van absurdisme, die Alice verbaasd achterlaat:

Alice had been looking over his shoulder with some curiosity. “What a funny watch!” she remarked. “It tells the day of the month, and doesn’t tell what o’clock it is!”
“Why should it?” muttered the Hatter. “Does
your watch tell you what year it is?”
“Of course not,” Alice replied very readily: “but that’s because it stays the same year for such a long time together.”
“Which is just the case with
mine,” said the Hatter. Alice felt dreadfully puzzled. The Hatter’s remark seemed to her to have no sort of meaning in it, and yet it was certainly English.

In Monsieu Teste schreef die grote geest Paul Valéry: ‘Of een betoog onsamenhangend is hangt af van degene die ernaar luistert. De geest lijkt me zo geschapen dat hij voor zichzelf niet onsamenhangend kan zijn.’ Dat geldt in het bijzonder voor de curieuze personages die Alice ontmoet: in hun ogen is hun discours volledig dichtgemetseld, logisch gefundeerd, steekhoudend; ze zijn op onverwoestbare wijze zeker van hun zaak, zodat Alice’ onbegrip hen regelmatig irriteert: in feite wordt ze door elke gesprekspartner minstens één keer terechtgewezen, alsof zij degene is die onzin uitslaat.

Episode na episode geeft de exuberantie en originaliteit van Carrolls inventio je als lezer een groot gevoel van dankbaarheid, omdat iemand erin geslaagd is jou een totale andersheid te presenteren, een wereld die op geen enkele wijze meer lijkt op de wereld waar we elke dag noodgedwongen in leven, maar die niettemin op bruisende wijze volgepakt is met leven. Enkele episodes voor het theepartijtje komt ze in een kamer terecht (na de deurwachter, een kikker in livrei, gepasseerd te zijn) waar een lelijke oude dame een huilend kind op haar schoot heeft terwijl een kok om nooit opgehelderde redenen zijn voorbereidingen naar haar hoofd gooit:

While she was trying to fix on one, the cook took the cauldron of soup off the fire, and at once set to work throwing everything within her reach at the Duchess and the baby––the fire-irons came first; then followed a shower of saucepans, plates, and dishes. The Duchess took no notice of them even when they hit her; and the baby was howling so much already, that it was quite impossible to say whether the blows hurt it or not.

Later in deel 1 treft ze de uitzonderlijk agressieve Queen of Hearts, wier soldaten levende speelkaarten met hoofden zijn en wier hobby eruit bestaat croquet te spelen met flamingo’s als stick, egels als bal en op handen en voeten een boog vormende soldaten als doel, – door de rijkdom van Carrolls verbeelding begrijp je waarom de surrealisten conventionele mimetische verhalen beu waren en de droom boven alles stelden.

Tweemaal blijkt Alice uit een droom te ontwaken; maar wat Wonder- en spiegelland een autonoom karakter verleent en onderscheidt van dromen, is dat Alice er niet het middelpunt van inneemt en dat de daar residerende personages buiten Alice om hun eigen leventje leiden: zij is maar een bezoeker van de droom, en niet de schepper. Precies daarom is de schok van het ontwaken zo groot. Het komt veelvuldig voor dat Alice levendige scènes bijwoont of gadeslaat eerder dan ze te veroorzaken of er deel van uit te maken, zoals in navolgende passage:

When she got back to the Cheshire-Cat, she was surprised to find quite a large crowd collected round it: there was a dispute going on between the executioner, the King, and the Queen, who were all talking at once, while all the rest were quite silent, and looked very uncomfortable.

Tot slot geven we u nog enkele van de beste stukjes dialoog mee, als proevertjes van Carrolls genie:

“By-the-bye, what became of the baby?” said the Cat. “I’d nearly forgotten to ask.”
“It turned into a pig,” Alice answered very quietly, just as if the Cat had come back in a natural way.
“I thought it would,” said the Cat, and vanished again.


***

“And how many hours a day did you do lessons?” said Alice, in a hurry to change the subject.
“Ten hours the first day,” said the Mock Turtle: “nine the next, and so on.”
“What a curious plan!” exclaimed Alice.


***

“How is it you can all talk so nicely?” Alice said, hoping to get it into a better temper by a compliment. “I’ve been in many gardens before, but none of the flowers could talk.”
“Put your hand down, and feel the ground,” said the Tigerlily. “Then you’ll know why.” Alice did so. “It’s very hard,” she said; “but I don’t see what that has to do with it.”
“In most gardens,” the Tiger-lily said, “they make the beds too soft––so that the flowers are always asleep.”


***

Alice felt even more indignant at this suggestion. “I mean,” she said, “that one ca’n’t help growing older.”
One ca’n’t, perhaps,” said Humpty Dumpty; “but two can. With proper assistance, you might have left off at seven.”

✎ DE SCHRIJVER

Wiskundeprofessor die op verzoek van een meisje verhalen begon te schrijven, die een groot succes werden. Stamvader van het surrealisme.

► VERDICT

Een van de vijf belangrijkste boeken ooit. Niemand heeft Carrolls krankzinnigheid, absurdisme en originaliteit ooit kunnen evenaren.

door Arthur

Eén opmerking over 'Lewis Carroll: Alice’s adventures in Wonderland & Through the Looking-Glass'

Geef een reactie op Astrid Reactie annuleren