Structureer je bijdrage volgens de structuur van de categorieën
Gebruik geen gezwollen taalgebruik
Vermijd Engels
Wees authentiek objectief
Gebruik citaten als illustratie
Maak het concreet
Respecteer de wereld van het werk
Volg spelling- en grammaticaregels
Vermijd namedropping
(voor roman) Personages: leukste personages met korte beschrijving van 1 tot 2 zinnen
(voor kortverhalen) Beste verhalen: korte inhoud van 3 à 5 beste verhalen
(voor roman) Openingszin: bespreking van de eerste zin(nen) en wat die al zeggen over het werk
(altijd) Inhoud: korte samenvatting zonder te veel te verraden, bij gedicht of dichtbundel situatie/thema’s
(voor gedicht) Versanalyse: per strofe de verzen in close reading bespreken
(altijd) Waarom is het goed?: bespreking van de elementen die het werk zijn kwaliteit geven
(altijd) Schrijver: korte biografie en centrale elementen in het werk in 3 tot 10 regels
(altijd) Verdict: conclusie in 1 of 2 zinnen van het belang van het werk op een ludieke toon
Probeer niet te mooi te schrijven: je wil de inhoud en schoonheid van het literair werk overbrengen, en dat doe je niet per se door jezelf literator te voelen. Gebruik een rijke woordenschat, maar blijf in een journalistieke toon. Vermijd zware constructies met ‘men’, ‘doch’, ‘immers’, ‘echter’, ‘schier’, passiefconstructies en al te filosofisch of literair jargon.
Het Engels sluipt onze taal gemakkelijk binnen en je hoeft geen alternatieven te zoeken als het niet anders kan. Maar als je voor Nederlandse alternatieven kunt kiezen, doe dat dan. Zie de zoektocht als een uitdaging om vergeten uitdrukkingen in ere te herstellen en de rijkdom van onze eigen taal te laten schijnen.
Je mag persoonlijke bedenkingen en gevoelens betrekken, maar houd het zwaartepunt op de interne kwaliteiten van het werk zelf en niet op jouw ervaring. Schrijf niet ‘ik vond dit zo prachtig dat ik zat te trillen bij het uitlezen’, maar laat de kracht zien door in detail te treden over de manier waarop het werk met taal en thema’s speelt. Vermijd anderzijds een al te afstandelijk en academisch schrijven.
Citaten laten de stem van de auteur zien op een manier die je nooit helemaal kunt oproepen, dus introduceer ze in je bespreking. Maar overdrijf niet: gebruik ze om je lezing te illustreren, en niet om ruimte te vullen.
Je kunt van erg veel auteurs zeggen dat ze een mooie stijl hebben, maar spreek over hoe het mooi is: hoe lang zijn hun zinnen, welke registers gebruiken ze…
Spreek over personages en niet over personen (neem de psychologische diepte ernstig maar wees niet boos op een personage als die overspel pleegt); spreek over verteller en doe niet alsof de auteur zelf alle meningen van personages aanhangt; interpreteer niet te snel iets biografisch of reduceer het daar niet toe; doe niet alsof het werk een argument is voor een stelling of een levensvisie; let op met symbolische interpretaties die fantasie zien als een spiegel van de werkelijkheid en de fantastische wereld niet zelf bespreken.
Schrijf getallen van één tot twintig voluit, net als tientallen en honderdtallen, en aanduidingen van eeuwen. Zet citaten tussen dubbele aanhalingstekens; titels van werken cursief, hoofdstukken of gedichten tussen enkele aanhalingstekens. Raadpleeg voor het geslacht van woorden de Van Dale.
Vergelijk enkel als het functioneel is, niet om te vergelijken. Vergelijkingen met andere werken of andere auteurs kunnen verhelderen en de waarde nog beter laten schijnen, maar let op met namedropping en laat het werk zelf als autonoom kunstwerk spreken.
