Eça de Queirós: De Maia’s

Een klein aantal personages scheppen in wiens aanwezigheid het aangenaam vertoeven is: meer heeft een schrijver soms niet nodig om een onvergankelijk meesterwerk te schrijven, – wat zou je ook meer kunnen wensen, zeker als Eça de Queirós ook als stilist een grootmeester is en zijn ironie kan wedijveren met die van Austen, Mann en Proust.

José Saramago: Memoriaal van het klooster

“Saramago lapt alle regels waarmee schrijfcoaches je om de oren slaan (“show don’t tell”) aan zijn laars: hij eist zijn rol van verteller op, zegt wat hij doet, wisselt waar hij zin heeft, doet zijn vertelling teniet (“dit is niets dan een sprookje”), springt van eerste persoon enkelvoud naar meervoud naar derde persoon en terug.”