Het centrale symbool van het gedicht is de vuurtoren, die als een metronoom de tijd bijhoudt, – ondanks dat tijd eigenlijk niet bestaat, zoals het lyrisch subject beseft ‘bij dit wijlen aan de grens’. Over welke grens gaat het? Twee grensgebieden dienen zich aan: de grens tussen waken en slaap, want het is nacht en ze ligt wakker; en de grens tussen leven en dood, want ze bevindt zich zoals ze aangeeft in de hoge ouderdom, haar tijd tellende.
