Misschien is Dickens wel de minst erudiete en intellectuele van alle grote schrijvers. En toch is hij volstrekt onweerstaanbaar. Zijn exuberante scheppingsdrang kan met eigenlijk niemand vergeleken worden (of het moet Shakespeare zijn): de werkelijkheden die hij schept zijn zo levendig en bruisend dat ze ons overrompelen en automatisch in hun ban krijgen. Als Alice tuimelen we, keer op keer, in Dickens’ konijnenhol.
