De dromerige sfeerschepping betovert; exotische vogels, schoolmeisjes op een balkon, de ontmoeting met een engelachtige verschijning in de zee in de nacht; Nins beelden lijken soms meer op expressionistische symbolen dan op functionele verhaalelementen.
Categorie archief: Literatuur
George Eliot: Middlemarch
Dorothea is één van de krachtigste en best geboetseerde hoofdpersonages uit de wereldliteratuur. Het dorp Middlemarch, het eigenlijke centrum van het boek waarrond de vier verhaallijnen zich afspelen, zuigt de lezer op als een toneeldecor, waar Eliot elk personage menselijker dan menselijk heeft geschapen.
Eça de Queirós: De Maia’s
Een klein aantal personages scheppen in wiens aanwezigheid het aangenaam vertoeven is: meer heeft een schrijver soms niet nodig om een onvergankelijk meesterwerk te schrijven, – wat zou je ook meer kunnen wensen, zeker als Eça de Queirós ook als stilist een grootmeester is en zijn ironie kan wedijveren met die van Austen, Mann en Proust.
Cormac McCarthy: Suttree
Suttree is McCarthy op z’n meest barok, wat in zijn geval heel wat wil zeggen: in Blood Meridian is zijn taal nog archaïscher, maar hier overrompelt hij de lezer met een woordenrijkdom die geen grenzen lijkt te kennen.
Natsume Sōseki: Kokoro
Er is een aantrekkingskracht in onderdrukte bitterheid, in het zwijgzame lijden, iets verheffends dat de ik-figuur tot Sensei doet keren en Sensei op zijn beurt tot zijn jeugdvriend K. De afkeer van de wereld brengt een ongebondenheid met zich mee die iemand boven het menselijke lijkt te verheffen.
Seneca: Letters from a Stoic
Seneca tekent de levenswijze van de Stoa in zijn karakteristiek levendige en doorwrochte retorische stijl. Diep filosofisch, vol bijzondere observaties, en met een fijne spot die de hardheid van de Stoa in een vrolijk licht plaatst.
Stendhal: La Chartreuse de Parme
Stendhals stijl is overrompelend, niet omdat hij een groot stilist is (‘mooie zinnen schrijven,’ of visueel of plastisch schrijven, lijkt hem totaal niet te interesseren, als de antipode van Nabokov en Mann), maar door de snelheid van zijn verteltrant.
Gustave Flaubert: Madame Bovary
Het gaat over samenleving, mens en mens-zijn, en tegelijkertijd gaat Madame Bovary over helemaal niks, omdat het uiteindelijk allemaal op niets neerkomt. “Ce qui me semble le plus beau, ce que je voudrais faire”, schrijft Flaubert in een brief, “c’est un livre sur rien”.
Honoré de Balzac: Adieu
In heel het verhaal speelt een voortdurende transgressie van de scheidslijn tussen dier en mens, natuur en cultuur. De gruwel van de oorlog heeft de menselijke normen aan digelen geslagen; soldaten willen enkel nog eten of slapen; zelfs hun levenszin is weggeëbd.
Jane Austen: Persuasion
Jane Austen boogt op de burgerlijke intriges om het verhaal te laten vloeien, maar reflecteert er tegelijkertijd op van bovenaf met een bijtende ironie. Dat doet ze net als in haar andere verhalen via een zelfbewuste jonge vrouw, die wel volledig binnen de etiquette past maar tegelijkertijd meer van het leven wil, het gezelschap van intelligente mensen verkiest boven dat van graven en barons.
