Tsjechov vat de overgang van een oude wereld van standen en eer naar een nieuwe wereld van efficiëntie en geld, maar doet dat niet via maatschappijanalyses of uitgesponnen familiegeschiedenissen, maar wel in een stuk dat cirkelt rond het lot van één kersentuin. Het is die toespitsing die de melancholie zo tastbaar en het stuk daarom zo krachtig maakt.
Categorie archief: Europa
Samuel Beckett: Endgame
♞ PERSONAGES Hamm: meelijwekkend figuur die in een rolstoel zit en blind isClov: zijn dienaarNagg: Hamms vaderNell: Hamms moeder ༄ OPENINGSZIN CLOV: (Fixed gaze, tonelessly.) Finished, it’s finished, nearly finished, it must be nearly finished. Van het begin af staat het doodsthema centraal. Alle dingen lopen op hun einde; de titel geeft ook al aan dat deMeer lezen over “Samuel Beckett: Endgame”
László Krasznahorkai: Satanstango
Net als de bijbelprofeet Jeremia (Jeremiás in het Hongaars) kaart Irimiás de zonde van de mensen aan (hij verklaart hen schuldig aan Estikes dood) en wijst vooruit naar een andere wereld. Hij is tegelijkertijd zwerver, dief en begenadigd spreker, die de blik van mensen kan losbreken, maar de laatste forinten van de dorpsbewoners van hen afneemt.
Henrik Ibsen: Bouwmeester Solness
Naarmate de dialoog vordert wordt bouwmeester Solness van een chagrijnig en egoïstisch mannetje tot een tragisch en meelijwekkend figuur, wat Ibsen uitvergroot met symboliek: hij blijkt enorm aan hoogtevrees te lijden, zodat hij de hoge gebouwen die hij zelf ontwerpt niet eens kan beklimmen.
Franz Kafka: In de strafkolonie
Meerdere lezingen zijn mogelijk; uiteindelijk is de enige lezing die er werkelijk toedoet die van het verhaal zelf, dat van de eerste tot de laatste zin ijzingwekkend is. Kafka schept een universum dat door de onderkoelde stijl en de opvallende details op geen enkel moment op een allegorie lijkt (hoewel het allegorische interpretaties uitnodigt): het is een werkelijkheid zoals de onze.
György Konrád: De bezoeker
Een ambtenaar van de sociale dienst schrijft zijn lotgevallen neer, de bureaucratische omgang met de mensen aan de zelfkant van de maatschappij. Hij doet wat hij moet doen; hij handelt de zaken diplomatisch af, verschuift de gevallen vooruit in de tijd omdat hij weet dat de hulp beperkt is en laat komt. Maar hij komt niet in het reine met zijn taak.
Will Self: Foie humain
Will Self beschrijft in Foie humain de wijze waarop een stel dronkenlappen van middelbare leeftijd zichzelf dag na dag volledig lazarus zuipen, om elke seconde van hun wakende leven waarin ze niet moeten werken met een beneveld brein door te brengen. Dat is voor hen de enige manier om de dag te overleven. ‘U zal nergens anders een grappiger zootje tragische pimpelaars vinden dan hier.’
William Shakespeare: King Lear
Er is geen grens aan het lijden in King Lear. Van alle tragedies is het de meest tragische: je krijgt het gevoel dat Shakespeare het universele lijden van de Mens heeft weten te vatten binnen het bestek van één stuk. Zoals altijd deed hij dit door mimesis radicaal te verzaken en zowel personages als verwikkelingen te kiezen die aan gene zijde van het normale leven liggen, om zo de beslommeringen die met tijd en ruimte verknoopt zijn te overstijgen.
José Saramago: Memoriaal van het klooster
“Saramago lapt alle regels waarmee schrijfcoaches je om de oren slaan (“show don’t tell”) aan zijn laars: hij eist zijn rol van verteller op, zegt wat hij doet, wisselt waar hij zin heeft, doet zijn vertelling teniet (“dit is niets dan een sprookje”), springt van eerste persoon enkelvoud naar meervoud naar derde persoon en terug.”
Jan Arends: Ik heb vannacht
In dit gedicht combineert Arends een karige taal met de omkering van typische poëtische beelden: de nachtelijke hemel is liefelijk blauw, de maan is donker, vogels worden onheilsbrengers. Het resultaat is een beklemmend liefdesgedicht.
