Gedicht van de week: Hendrik Marsman – De Vreemdeling

Marsmans taal is prachtig: woorden als schreiden, ‘onverdeeld verpand’, het wachten dat op zichzelf staat in ‘ik beid uw komst’. De expressionistische beelden van zwarte wijn en een donkren kus doorbreken het klassiek lyrische karakter.

Gedicht van de week: Ida Gerhardt – Grensgebied II

Het centrale symbool van het gedicht is de vuurtoren, die als een metronoom de tijd bijhoudt, – ondanks dat tijd eigenlijk niet bestaat, zoals het lyrisch subject beseft ‘bij dit wijlen aan de grens’. Over welke grens gaat het? Twee grensgebieden dienen zich aan: de grens tussen waken en slaap, want het is nacht en ze ligt wakker; en de grens tussen leven en dood, want ze bevindt zich zoals ze aangeeft in de hoge ouderdom, haar tijd tellende.

Hendrik Conscience: De Leeuw van Vlaanderen

De Leeuw van Vlaanderen is een sprookje, met edele ridders en laffe verraders, met wonderschone jonkvrouwen en listige spionnen. Maar alle lezers moeten toegeven dat het sprookje de moeder aller literaire genres blijft, en dus blijft de aantrekking niet beperkt tot negentiende-eeuwse nationalistische enthousiastelingen.

Franz Kafka: De gedaanteverwisseling

De horror in De metamorfose is akeliger en tastbaarder dan in Het proces of Het slot, maar het is nog steeds een horror met minimale middelen; één verandering bepaalt een volledige sfeer, en net door die niet in de diepte te thematiseren (tegenover een gothic traditie die veel dieper zou ingaan op de afstotelijke verschijning) wordt de horror naakt, en komt hij dichter omdat de gedachten van Gregor Samsa menselijk blijven.

Gerrit Komrij: De ultieme vergaarbak & Pek en zwavel

Over twee maanden zal het tien jaar geleden zijn dat Gerrit Komrij ons ontviel (hij overleed op 5 juli 2012). In die tien jaar heeft niemand zich ontpopt tot zijn troonopvolger: er lijkt weinig animo dat vacuüm te vullen en de daarbij horende taken over te nemen, zodat voor zover ik weet niemand zich gekandideerdMeer lezen over “Gerrit Komrij: De ultieme vergaarbak & Pek en zwavel”

Charles Dickens: Great expectations

Misschien is Dickens wel de minst erudiete en intellectuele van alle grote schrijvers. En toch is hij volstrekt onweerstaanbaar. Zijn exuberante scheppingsdrang kan met eigenlijk niemand vergeleken worden (of het moet Shakespeare zijn): de werkelijkheden die hij schept zijn zo levendig en bruisend dat ze ons overrompelen en automatisch in hun ban krijgen. Als Alice tuimelen we, keer op keer, in Dickens’ konijnenhol.

Dino Buzzati: De Tartaarse woestijn

Het hoofdthema en waarschijnlijk de grootste sterkte van het boek is de schildering van de ontnuchtering; de realisatie dat de vervulling van dromen en hoop uitblijft, dat de hoop zelf op zand was gebouwd. Drogo denkt voortdurend dat de Betekenis van zijn leven nog in het verschiet ligt. Maar de vertelling maakt van bij het begin duidelijk dat het wachten vruchteloos is, wat er ook gebeurt.

Molière: Le misanthrope

Molière was als theaterauteur zo vermetel dat geen enkel obstakel zijn genie in de weg stond. Hij moest rekening houden met de keizerlijke censuur en de smaak van de adellijke kringen en zag zich in het classicistische Frankrijk verplicht tot rijmende verzen; maar zijn spottende commentaren op toentijdse zeden en gewoontes hebben zijn tijdperk moeiteloos overleefd.

Samuel Beckett: Molloy/Malone dies/The unnamable

De dood staat centraal in de trilogie, zoals in Becketts hele oeuvre. Beckett is de schrijver in het Westen die zich het thema van de eindigheid het meest heeft toegeëigend. Net zoals je niet meer over jaloezie kan schrijven zonder Othello en Shakespeare in het achterhoofd te houden, is het onmogelijk de ijdelheid van het bestaan te benoemen zonder met Becketts schaduw te worstelen. Of nog: Beckett lezen is voor de eerste keer sterven, als een generale repetitie.