Seneca tekent de levenswijze van de Stoa in zijn karakteristiek levendige en doorwrochte retorische stijl. Diep filosofisch, vol bijzondere observaties, en met een fijne spot die de hardheid van de Stoa in een vrolijk licht plaatst.
Categorie archief: Europa
Stendhal: La Chartreuse de Parme
Stendhals stijl is overrompelend, niet omdat hij een groot stilist is (‘mooie zinnen schrijven,’ of visueel of plastisch schrijven, lijkt hem totaal niet te interesseren, als de antipode van Nabokov en Mann), maar door de snelheid van zijn verteltrant.
Gustave Flaubert: Madame Bovary
Het gaat over samenleving, mens en mens-zijn, en tegelijkertijd gaat Madame Bovary over helemaal niks, omdat het uiteindelijk allemaal op niets neerkomt. “Ce qui me semble le plus beau, ce que je voudrais faire”, schrijft Flaubert in een brief, “c’est un livre sur rien”.
Honoré de Balzac: Adieu
In heel het verhaal speelt een voortdurende transgressie van de scheidslijn tussen dier en mens, natuur en cultuur. De gruwel van de oorlog heeft de menselijke normen aan digelen geslagen; soldaten willen enkel nog eten of slapen; zelfs hun levenszin is weggeëbd.
Jane Austen: Persuasion
Jane Austen boogt op de burgerlijke intriges om het verhaal te laten vloeien, maar reflecteert er tegelijkertijd op van bovenaf met een bijtende ironie. Dat doet ze net als in haar andere verhalen via een zelfbewuste jonge vrouw, die wel volledig binnen de etiquette past maar tegelijkertijd meer van het leven wil, het gezelschap van intelligente mensen verkiest boven dat van graven en barons.
Luigi Pirandello – Zes personages op zoek naar een auteur
Hoe meer je over Zes personages schrijft, hoe meer je zelf in de war raakt: elk nieuw these, leidt tot een antithese, welk conflict culmineert in een synthese, die op zijn beurt weer tot een ander inzicht leidt, ad infinitum. Net zoals Vélazquez’ Las Meninas is het werk te groot voor de menselijke geest, die hopeloos verstrikt raakt in zijn eigen redenaties; het is best als een Eikelmannetje bedaard zijn eigen tekortkomingen te erkennen, en gewoon te buigen voor de meester.
Pedro Salinas: Fe mía
De nuchtere logica stelt dat elke persoon geboren wordt uit twee andere personen; de poëzie van Salinas stelt dat zijn geliefde boven de wetten van leven en dood staat. Ze is het toeval waar hij zeker van is, waar hij op vertrouwt.
Colette: Het ochtendgloren
Wie schrijft met meer liefde over tuinen, vogels, katten en geuren dan Colette? Haar stijl bestaat uit langgerekte opsommingen van de meest specifieke planten en dieren in een bonte synesthetische mengeling.
Max Frisch: Homo Faber
De laatste dertig pagina’s van Homo Faber zijn een triomf omdat Frisch erin slaagt de totale ontreddering van Walter weer te geven door middel van korte sfeerimpressies en overpeinzingen zonder ooit expliciete pathos of bombast nodig te hebben.
Gedicht van de week: Zbigniew Herbert – Een gelijkenis
In ‘Een gelijkenis’ schildert Herbert een portret van de dichter dat zowel liefdevol als sardonisch-ironisch is; bijtend en mooi tegelijk. Eigenlijk zit alles al in het eerste kwatrijn, waar hij aanvoert hoe de dichter denkt zoals de vogels te zijn, maar schromelijk faalt.
