László Krasznahorkai: Satanstango

Net als de bijbelprofeet Jeremia (Jeremiás in het Hongaars) kaart Irimiás de zonde van de mensen aan (hij verklaart hen schuldig aan Estikes dood) en wijst vooruit naar een andere wereld. Hij is tegelijkertijd zwerver, dief en begenadigd spreker, die de blik van mensen kan losbreken, maar de laatste forinten van de dorpsbewoners van hen afneemt.

Machado de Assis: Dom casmurro

Susan Sontag vraagt zich terecht af waarom Machado’s naam niet bij de meest bekende klinkt, Bloom noemt Machado ‘the supreme black literary artist to date’. Machado de Assis heeft een unieke vertelstijl met Sternes ironie, priemende sociale analyses, grootse personages, een Shakespeariaanse tekening van emoties en is daarbij ook nog eens geestig.

Franz Kafka: In de strafkolonie

Meerdere lezingen zijn mogelijk; uiteindelijk is de enige lezing die er werkelijk toedoet die van het verhaal zelf, dat van de eerste tot de laatste zin ijzingwekkend is. Kafka schept een universum dat door de onderkoelde stijl en de opvallende details op geen enkel moment op een allegorie lijkt (hoewel het allegorische interpretaties uitnodigt): het is een werkelijkheid zoals de onze.

Osamu Dazai: de ondergaande zon

Het is iets met Japanners, de kracht om een slepende eenzaamheid en existentiële leegte even kaal af te beelden. Dazai is er meester in: op 125 pagina’s schetst hij een volledig innerlijk leven van een jonge vrouw, met alle lagen radeloosheid, zonder een reële actie in haar eigen leven nodig te hebben.

György Konrád: De bezoeker

Een ambtenaar van de sociale dienst schrijft zijn lotgevallen neer, de bureaucratische omgang met de mensen aan de zelfkant van de maatschappij. Hij doet wat hij moet doen; hij handelt de zaken diplomatisch af, verschuift de gevallen vooruit in de tijd omdat hij weet dat de hulp beperkt is en laat komt. Maar hij komt niet in het reine met zijn taak.

Will Self: Foie humain

Will Self beschrijft in Foie humain de wijze waarop een stel dronkenlappen van middelbare leeftijd zichzelf dag na dag volledig lazarus zuipen, om elke seconde van hun wakende leven waarin ze niet moeten werken met een beneveld brein door te brengen. Dat is voor hen de enige manier om de dag te overleven. ‘U zal nergens anders een grappiger zootje tragische pimpelaars vinden dan hier.’

William Shakespeare: King Lear

Er is geen grens aan het lijden in King Lear. Van alle tragedies is het de meest tragische: je krijgt het gevoel dat Shakespeare het universele lijden van de Mens heeft weten te vatten binnen het bestek van één stuk. Zoals altijd deed hij dit door mimesis radicaal te verzaken en zowel personages als verwikkelingen te kiezen die aan gene zijde van het normale leven liggen, om zo de beslommeringen die met tijd en ruimte verknoopt zijn te overstijgen.