« Ici, nous atteignons le degré critique au-delà duquel la tradition se perd dans la légende, et s’y englouti ; car les récits écrits font défaut, et les versions des Anciens divergent de celles des griots, lesquelles s’opposent à celles des chroniqueurs. »

Zelden ben ik zo omvergeblazen als bij het lezen van De onvermijdelijkheid van geweld van Yambo Ouologuem. Schrijf de naam op en vergeet hem niet meer. De roman is onlangs voor het eerst naar het Nederlands vertaald (door Martine Woudt en Gertrud Maes, bij uitgeverij Jurgen Maas), wat een literaire gebeurtenis van de eerste orde mag worden genoemd. En toch is er niet genoeg stof opgewaaid. Ouologuems meesterwerk is één van de grote romans van de vorige eeuw, misschien wel de meest brute roman die ooit geschreven is. In vergelijking met Ouologuem is Faulkner een doetje.
Nu is De onvermijdelijkheid van geweld (1968) decennia lang een verloren boek geweest, waarover hier en daar nog legendes rondgingen, maar dat nergens meer verkrijgbaar was en dus niet meer gelezen werd. Dat kwam omdat het vrij snel na zijn debuut beticht werd van plagiaat toen bleek dat het boek tientallen citaten van andere auteurs herbergde. Het ging in feite om intertekstualiteit, zoals we nu inzien, maar we schrijven de jaren zestig, toen een zwarte intellectualistische auteur nog met fronsende wenkbrauwen werd aanzien. Graham Greene, aan wie enkele citaten waren ontleend, spande een rechtszaak aan en werd in het gelijk gesteld; het boek werd uit de rekken gehaald; verbitterd trok Ouologuem zich terug in Mali, zonder ooit nog één woord aan de zaak vuil te maken. Hij hulde zich in een grote stilte en schreef ook geen enkel boek van enig belang meer. Een trieste kwestie, tot de jonge Senegalese auteur Mohammed Mbougar Sarr eigenhandig voor een rehabilitatie zorgde: hij schreef over de affaire-Ouologuem de pseudo-(auto)biografische roman La plus secrète mémoire des hommes, dat inmiddels ook in het Nederlands verschenen is, en won daarmee de prestigieuze Prix Goncourt 2021. Zo ontrukte hij Ouologuem aan de vergetelheid; we zijn hem dankbaarheid verschuldigd.
Waarover gaat nu De onvermijdelijkheid van geweld? Over de wijze waarop het Afrikaanse continent van meet af aan gedoemd leek om te leven naar het zwaard en te sterven door het zwaard. Ouologuem vertelt de kroniek van een fictief rijk genaamd Nakem-Zuiko in Sub-Sahara Afrika dat eeuwenlang door het geslacht van de Saïfs bestuurd wordt, zozeer dat het soms lijkt of één enkele man eeuwenlang met de scepter zwaaide. De geschiedenis van Nakem-Zuiko is er één van eindeloos bloedvergieten en totale ellende. Het volk wordt onderdrukt door de heersende klasse, die voor geen enkel middel terugdeinst om te krijgen wat ze wil. Ouologuem verhaalt over bloederige veldslagen, gruwelijke martelpraktijken, ziektes en ontberingen, verraad, intriges, conflicten. Telkens opnieuw wil één partij alle macht en rijkdom naar zich toe trekken en wordt de rest van de bevolking aan zijn lot overgelaten. De vertelstem van Ouologuem is doortrokken van cynisme en defaitisme. Talloze paragrafen, waarin de meest gruwelijke en zinloze gevallen van geweld beschreven zijn, eindigen met een religieuze frase als ‘Moge Allah ons allemaal bewaren in zijn oneindige goedheid’.
In feite is het boek één grote ontmaskering. Het is een nihilistische, ontnuchterende aanklacht; eigenlijk moet iedereen het ontgelden. De mythe van de nobele, vreedzame inboorling wordt aan stukken gereten: van het begin af heeft de ene Afrikaan het brein van zijn mede-Afrikaan verbrijzeld om zelf met het been te gaan lopen. De Europese kolonisten worden evenzeer in al hun racistische wreedheid getoond. Alle verschillen worden weggewerkt: in het universum van Ouloguem is iedereen een monster. Als er dan toch, in de helft van het boek, twee personages met een goede inborst ten tonele worden gevoerd, loopt het ook snel mis: de vrouw wordt verkracht en vermoord, haar man wordt slaaf gemaakt. Niemand ontkomt aan een wrede dood, hetzij door de beet van een aspisadder, hetzij door een mes, hetzij door een geweerschot, hetzij door ontberingen. Hebzucht, sluwheid en brute kracht regeren. De laatste heerser van het Saïf-geslacht weet op uiterst geraffineerde wijze zijn macht althans ten dele te behouden door een opportunistisch verdrag af te sluiten met de Franse overheersers; ze mogen zijn land leegroven, op voorwaarde dat hij tegenover de bevolking zijn macht als chef behoudt en er niet aan zijn paleis en rijkdom wordt gekomen. En als een Franse afgezant hem danig op de zenuwen werkt, vermoordt hij hem en slaagt erin het op een ongeluk te doen lijken: Saïf is altijd de slimste van de klas, zeker op zijn eigen terrein.
Het proza van Ouologuem is rijk, weerbarstig, woest kolkend, flonkerend. Zijn beelden en metaforen zijn weergaloos. Zijn woede is op elke pagina tastbaar, maar eerder dan naïef of al te politiek verleent die het boek extra kracht. De seksuele passages behoren tot de meest gedurfde en poëtische uit de literatuur. Om maar te laten zien hoe overrompelend Ouologuem is: V.S. Naipauls A bend in the river, ook een roman over een niet nader benoemd Centraal-Afrikaans rijk, is indrukwekkend in zijn beheersing en in zijn analyse en beschrijving van een land dat dreigt te kapseizen als een sterke man de macht naar zich toetrekt, maar vergeleken bij Ouologem verbleekt Naipaul. Als men praat over het verruimen van de canon, over het rechtzetten van historische vergissingen en onrechtvaardigheden, dan verdient de rehabilitatie van Ouologuem en zijn meesterwerk prioriteit.
door Arthur
