Pedro Salinas: Fe mía

Fe mía

No me fío de la rosa
de papel,
tantas veces que la hice
yo con mis manos.
Ni me fío de la otra
rosa verdadera,
hija del sol y sazón,
la prometida del viento.
De ti que nunca te hice,
de ti que nunca te hicieron,
de ti me fío, redondo
seguro azar.

Mijn geloof (vertaling van mezelf)

Ik heb geen vertrouwen in de roos
van papier,
die ik zo vaak met eigen hand
gemaakt heb.
Noch heb ik vertrouwen in de andere,
werkelijke roos,
dochter van zon en rijpheid,
aanstaande bruid van de wind.
In jou, die ik nooit gemaakt heb,
In jou, die niemand ooit gemaakt heeft,
heb ik vertrouwen, rond
en zeker toeval.

Pedro Salinas (1891-1951) is de dichter van de vocatief. Van het begin tot het eind richt hij zijn gedichten tot een onzichtbare Jij, de geïdealiseerde Vrouw die hij liefheeft en die de wereld betekenis geeft, de dingen benoemt en zo leven inblaast, de bestaansreden van zijn poëzie. Van de Generatie van ’27 (met onder andere García Lorca, Alberti, Cernuda en Guillén) was hij de meest charmante en lieflijke (althans als dichter), de meest toegankelijke, de man die zijn hele leven wijdde aan pure en onverbloemde liefdeslyriek.

De meest toegankelijke, schreef ik, maar dat betekent niet dat zijn poëzie eenvoudig is. De muze die keer op keer figureert in zijn gedichten, blijft fundamenteel onkenbaar en ongrijpbaar; ze houdt zich op in een nevel die hij niet kan aanraken met zijn hand, haar ziel kan met geen ladder ter wereld beklommen worden, ze zit verborgen achter een muur van winden, hemels en jaren, hij zit verstrikt in de zomen van haar ziel (dit is maar een greep uit Salinas’ metaforen): ze is altijd bereikbaar, in de buurt, binnen gehoorsafstand (als hij zou roepen, zou ze hem horen), als het groene licht aan Daisy’ kade waar Gatsby ’s avonds naar kijkt, maar hij slaagt er nooit in haar te bereiken. Er zal altijd nog een afstand gapen. Als hij er wel in slaagt dichterbij te komen, zweemt het naar een mystieke ervaring, waarbij hij zijn ogen moet sluiten om bij haar te komen in de nevelwolk.

Het gekozen gedicht is een geloofsbelijdenis: het lyrisch subject legt uit dat hij zijn vertrouwen stelt in de geliefde en in niets of niemand anders: zijn wereld staat of valt bij de geliefde, die fungeert als het ankerpunt van de werkelijkheid.

Nu moet ik mezelf even verantwoorden, want de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er nergens letterlijk naar een vrouw, of naar ‘de’ vrouw, verwezen wordt.  De ‘jij’ van dit gedicht slaat blijkens de laatste regel op ‘azar’, het toeval; het is nogal een sprong om daar de beminde vrouw te veronderstellen. Maar ik geloof dat de context, het feit dat het een gedicht van Salinas is, zo’n lezing rechtvaardigt. Het toeval kan slaan op de poëzie, of voor de muze van de poëzie: in de poëtische traditie, en in het dichterschap van Salinas in het bijzonder, gaat het dan over een vrouw. De vrouw als symbool van het (zekere) toeval en van de poëzie.
Dit is dus een nogal vrijzinnige lezing; de lezer weze gewaarschuwd.

Hij uit zijn geloof door zijn muze te contrasteren met een roos van papier en een ‘echte’ roos, een menselijk product en een natuurlijk product:

Ik heb geen vertrouwen in de roos
van papier,
die ik zo vaak met eigen hand
gemaakt heb.
Noch heb ik vertrouwen in de andere,
werkelijke roos,
dochter van zon en rijpheid,
aanstaande bruid van de wind.


Ook de echte roos blijft dus afhankelijk van de zon. De muze, daarentegen, moet aan niemand verantwoording afleggen voor haar bestaan:

In jou, die ik nooit gemaakt heb,
In jou, die niemand ooit gemaakt heeft,
heb ik vertrouwen, rond
en zeker toeval.


Ze behoort fundamenteel tot een andere orde. ‘Fe’ kan zowel geloof (in de religieuze zin) als vertrouwen betekenen: Salinas speelt met de profane en sacrale betekenis van zijn muze, want het vertrouwen dat hij in haar stelt, verheft haar tot een hoger echelon in de ontologische hiërarchie: zij is niet gemaakt of geschapen, zij bestaat als een singulariteit op zichzelf. Als een Onbewogen Beweger, in de gunst waarvan alle andere, geschapen dingen bewogen worden, als een God dus. En hoe wordt ze nader gedefinieerd? Als een ‘rond en zeker toeval’ (‘redondo seguro azar’), een paradox die de noodzakelijkheid en de toevalligheid van de Liefde subliem weet te vatten (het is puur toeval dat we op een gegeven moment die ene persoon tegenkomen te midden van de acht miljard mensen die er rondlopen, maar tegelijk lijkt het absoluut juist en onvermijdelijk), voorafgegaan door een adjectief (rond) dat het een zachte vorm geeft, een vrouwelijk karakter.

De nuchtere logica stelt dat elke persoon geboren wordt uit twee andere personen; de poëzie van Salinas stelt dat zijn geliefde boven de wetten van leven en dood staat. Ze is het toeval waar hij zeker van is, waar hij op vertrouwt. Eén van zijn mooiste gedichten, waaraan hij de titel ontleende voor zijn tweede bundel (Seguro azar). Zijn liefdeslyriek zou uiteindelijk culmineren in het epische meesterwerk La voz a ti debida, een gedicht van meer dan honderd pagina’s, dat bij mijn weten nooit in het Nederlands vertaald is; het is dringend tijd.

door Arthur

Plaats een reactie