Willa Cather: My Ántonia

♞ PERSONAGES

Jim Burden: de verteller, een advocaat die de herinneringen aan zijn jeugd optekent
Ántonia: het eigenlijke hoofdpersonage, de oudste dochter van een arm Boheems gezin, blakend van gezondheid, levenslust en generositeit
Grandmother: de genereuze grootmoeder
Grandfather: de zwijgzame maar intelligente grootvader
Otto en Jake: twee werkkrachten aangenomen bij Jims grootouders
Mr. Shimerda: Ántonia’s vader, edel maar depressief
Ms. Shimerda: Ántonia’s brute moeder
Yulka: Ántonia’s zus
Ambrosh: Ántonia’s oudere broer, die de vaderrol op zich neemt
Lena Lingard: de sensuele schapenhoedster die later kleren maakt
Tiny: een vriendin van Ántonia en Lena
De Deense dochters: drie blonde vrolijke meisjes

༄ OPENINGSZIN

Last summer I happened to be crossing the plains of Iowa in a season of intense heat, and it was my good fortune to have for a traveling companion James Quayle Burden – Jim Burden, as we still call him in the West.

Een inleidend hoofdstuk is voorbehouden aan een kaderverhaal: de impliciete auteur beschrijft de ontmoeting met een oude vriend in New York die de vraag stelt waarom de schrijver nooit geschreven heeft over een gemeenschappelijke kennis uit hun jeugd die ze beide bewonderden, Ántonia Shimerda. De schrijver stelt Jim voor zelf zijn memoires op te schrijven, en maanden later levert Jim ze af. Zijn herinneringen aan zijn jeugd en Ántonia beslaan de rest van het boek. Er is altijd iets moeilijks aan kaderverhalen, omdat je het personage waarmee je je eerst identificeerde moet achterlaten voor een ingelast verhaal, maar bij Willa Cather is het een krachttoer. De afstand van de eerste ik-persoon tegenover Ántonia maakt de lezer nog nieuwsgieriger naar haar rijke persoonlijkheid en het brengt een geloofwaardigheid die de herinneringen des te beeldender maakt.

▼ INHOUD

Jim Burden verhaalt hoe hij op zijn tiende als wees naar de boerderij van zijn grootouders in Nebraska trekt, bij wie hij verder opgroeit. Op de trein ziet hij voor het eerst de Shimerdas, een familie geëmigreerd uit Bohemen (het huidige Tsjechië), die terechtkomt in een boerderij in de buurt. Jim leert de kinderen Engels en krijgt een hechte band met de vier jaar oudere Ántonia, een meisje vol levenslust en verhalen.

Een paar jaar later verhuist Jim met zijn grootouders naar Black Hawk, het eerste dorp op weg naar de bewoonde wereld. De immigrantendochters komen terecht als personeel bij de Amerikaanse families in het dorp: Ántonia gaat werken voor de Harlings, en trekt steeds meer op met de andere werkmeisjes Lena en Tiny. Wanneer een danspaviljoen in het dorp neerstrijkt, zijn de meisjes het centrum; door het harde buitenleven staan ze ontwikkeld en fier in het leven en de mannen van het dorp vechten om met hen te mogen dansen.

Jim wil Ántonia’s bevestiging, maar hun relatie is veranderd van die van speelkameraden naar oude vertrouwelingen. In het laatste deel van het boek beschrijft Jim zijn studiejaren, waarin hij Lena tegenkomt in de grote stad, en ten slotte hoe hij Ántonia na jaren terug opzoekt.

▲ WAAROM IS HET GOED

My Ántonia is één van die boeken die heerlijk weglezen door een romantische drijfveer en een vertellende stijl, maar die na het wegleggen nog aan kracht winnen. Cathers beschrijvingen van de eindeloze vertes in Nebraska zijn onvergetelijk. Er is haast niemand die zoveel natuurbeschrijvingen zo prachtig door het verhaal kan weven. Het voorbijgaan van de maanden, de verschuivende kleuren van de korenvelden vormen de voortdurende achtergrond waartegen het verhaal zijn betekenis krijgt. De namiddagen waarop Jim en Ántonia als jonge kinderen door de vlaktes trekken, krijgen op die manier al hun kleur nog voor ze zelf gestalte krijgen:

‘All those fall afternoons were the same, but I never got used to them. As far as we could see, the miles of copper-red grass were drenched in sunlight that was stronger and fiercer than at any other time of the day. The blond cornfields were red gold, the haystacks turned rosy and threw long shadows. The whole prairie was like the bush that burned with fire and was not consumed. That hour always had the exultation of victory, of triumphant ending, like a hero’s death – heroes who died young and gloriously. It was a sudden transfiguration, a lifting-up of day.’

De beschrijving van een jeugd door de ogen van Jim brandt zich door die beschrijvingen op het netvlies, samen met alle avonturen en personages die eraan verbonden worden. Samen met Jim verlang je naar de warmte die Ántonia uitstraalt wanneer hij het huis van de Shimerda’s binenstapt. Cather schrijft zo empathisch – in haar tekening van de droeve Mr. Shimerda die zich ondanks zijn diepgewortelde heimwee dankbaar toont tegenover Jims familie; in de scene waarin Jim een slang met eigen hand doodt en in Ántonia’s reactie de erkenning leest dat hij geen klein kind meer is, maar net in die kinderlijke trots verraadt dat het nog niet de koele volwassen heldhaftigheid is.

Vooral Cathers portrettering van Ántonia is onvergetelijk; samen met Jim houd je zoveel van haar, in haar pure goedheid, impulsiviteit, levenskracht. Jim tekent op hoe de geïmmigreerde boerenmeisjes, op wie neergekeken wordt, toch het meest op zichzelf staan, meer leven in zichzelf dragen. Tegelijkertijd huilt Ántonia wanneer Jim haar vraagt waarom zij niet studeert. Als Jim haar aan het einde van het boek terug opzoekt, slaagt Cather er meesterlijk in de sentimentele troop te ontwijken van oude vrienden die hun onvervulde dromen in elkaars vervreemding vinden, maar wel een veel subtielere notie van spijt en weemoed te laten voelen tussen de lijnen, en toch het geluk en de blijvende kracht van Ántonia te benadrukken.

Het is een sublimatie van het immigranten- en boerenleven in de uitgestrekte leegte van Nebraska; Cather vat de glorie van immigrantendochters, hun volheid en schoonheid, maar doet dat zonder de hardheid weg te vagen. Het doet wat denken aan Angela’s Ashes, de gefictionaliseerde memoires van Frank McCourt waarin hij zo oprecht en vertellend zijn armoedige Ierse jeugd tekent. Maar in Cather is er meer nostalgie, ze is wars van cynisme, en er is een subtiliteit die de hardste kanten verzacht. Het is een boek over aantrekking en romantiek, maar die schuilen altijd tussen de lijnen. Wanneer Jim in het tweede deel van het boek een relatie aanknoopt, is dat slechts suggestief weergegeven. Je zou nooit denken dat dit werk geschreven is in 1918, zo nabij en persoonlijk voelt de vertelling. Maar uiteindelijk is elke grootsheid universeel; Cather schrijft zo zwierig en natuurlijk dat je die grootsheid haast zou vergeten in de onderdompeling in de wereld die ze schept.

✎ DE SCHRIJVER

Groeide op in Nebraska, pal in het centrum van de Verenigde Staten op de Great Plains, de grote vlaktes die zich uitstrekken tussen Texas en Canada. Schreef voor magazines, en werd vooral bekend met haar romans over de vlaktes van Nebraska, O Pioneers!, The Song of the Lark, en My Ántonia. Won in 1923 de Pulitzerprijs met haar oorlogswerk One of ours.

► VERDICT

Wie nooit is opgegroeid op de filmische vlaktes van Nebraska, dient alleen dit boek te lezen, en krijgt er de meest kleurrijke personages bij – je blijft ze missen als je het boek aan de kant legt.

door Ana

Plaats een reactie