
♞ BESTE VERHALEN
(Leeswaarschuwing: het onderstaande bevat details over de inhoud en/of afloop van het verhaal)
Het veren kussen
Horrorverhaal over pasgetrouwde Alicia, die teleurgesteld is in het stugge en zwijgzame karakter van haar man en niet gelukkig is in hun witmarmeren spookhuis, maar toch van hem houdt. Op een dag wordt ze ziek; ze moet het bed houden, maar dan wordt het alleen maar erger. Na haar onverklaarbare dood blijkt dat er een monster (een vogelparasiet) in haar kussen zat dat haar bloed leegzoog.
De geslachte kip
Bloederig verhaal over koppel met moeizame relatie wier eerste vier zonen allemaal een mentale beperking hebben: ze zijn uitzonderlijk simpel en doen heel de dag niets anders dan met z’n vieren op een rij op het bankje van de patio te zitten en voor zich uit te staren. Moeder en vader leggen de schuld van de aard van de kinderen bij elkaar, wat tot ruzies leidt. Gelukkig wordt er ook een gezond meisje geboren, dat de oogappel van de ouders wordt – maar dat heeft tot gevolg dat de jongens minder aandacht krijgen. Op een dag zien de jongens hoe een kip in de keuken geslacht wordt door haar de keel over te snijden; ze doen hetzelfde met het meisje wanneer de ouders niet thuis zijn, waarbij in het midden wordt gelaten of ze uit wrok en jaloezie handelen of simpelweg om na te apen wat ze gezien hadden.
Op drift
Een man voelt een steek in zijn voet en blijkt door een giftige slang gebeten te zijn. Zijn voet wordt onmiddellijk paars en opgezwollen; hij weet dat hij snel moet handelen; hij springt zijn kano in om naar het dichtstbijzijnde stadje te gaan. Na een poosje lijkt de pijn te verdwijnen. Hij wil opgelucht ademhalen maar sterft dan plotseling.
De dode man
Een man is met zijn machete zijn bananenboom aan het bijkappen, maar komt ten val en belandt recht op zijn machete. Hij beseft onmiddellijk dat hij zal sterven en beschouwt zijn laatste ogenblikken, spijtig maar lankmoedig.
▲ WAAROM IS HET GOED
De opsomming van de verhaallijnen toont al aan dat Quiroga een schrijver was met een aparte verbeeldingswereld en een bijzondere fascinatie voor de dood, – hij houdt ervan zijn personages op gruwelijke wijze te laten sterven. De schaduw van de dood hangt boven bijna alle verhalen die hij publiceerde, net zoals hij boven zijn eigen leven hing (de meeste mensen in zijn naaste omgeving kwamen op relatief brute wijze om het leven, alsof de Dood hem in het vizier had maar altijd net miste en de persoon naast Quiroga trof). Wat de verhalen tot meer dan morbide doodsberichten maakt is de manier waarop Quiroga de naderende dood tastbaar maakt: zijn beschrijvende talent is ondanks of misschien net vanwege de sobere stijl zo krachtig dat je tegelijk met zijn personage ademnood krijgt tijdens het lezen. Elk verhaal komt aan als een hamerslag, die de wereld tijdelijk verstomt. Met chirurgische precisie beschrijft hij wat er gebeurt; alles wat kan worden weggelaten, laat hij weg. De koelbloedige afstand die hij behoudt ten opzichte van zijn vermaledijde personages doet denken aan Flaubert; zijn lugubere fantasie verraadt de invloed van Poe. Carlos Fuentes noemde Arlt en Quiroga ooit als stamvaders van de Latijns-Amerikaanse literatuur; waar Quiroga zeker krediet voor verdient, is de meedogenloze spaarzaamheid van zijn proza, dat hij van onkruid en franjes ontdoet, op een wijze die doet denken aan Borges, die andere patroonheilige van de latere generaties. Dat hij dit zo vroeg in de twintigste eeuw deed (zijn eerste bundel is van 1907; dat wil zeggen een veertigtal jaar vóór Borges en zestig jaar vóór de Boom) bewijst zijn pioniersrol.
Een voorbeeld van zijn koelbloedige beschrijvingen vind je in ‘Het veren kussen’:
‘Het huis waarin ze woonden, was van niet weinig invloed op haar huiveringen. Door het wit van de stille binnenplaats – friezen, zuilen en beelden van marmer – ontstond de herfstachtige indruk van een spookkasteel. Binnen bevestigde de ijzige glans van de pleisterkalk – op de hoge muren was niet het kleinste krasje te bekennen – dat gevoel van onaangename kilheid. Wanneer je van de ene naar de andere kamer liep, weerklonken de voetstappen in het hele huis, alsof het na lang aan zijn lot te zijn overgelaten, extra gevoelig voor geluid was geworden.’
Zo weerspiegelt het huis de persoonlijkheid van Alicia’s man (‘de stugge aard van haar man deed haar kinderlijke bruidsdromen bevriezen’); er wordt een atmosfeer gecreëerd die vanaf de eerste zin onvermijdelijk onheil aankondigt. Net als in Griekse tragedies valt er in Quiroga’s wereld niet aan het lot te ontsnappen. Alicia leeft in een droomtoestand in het vijandige huis, wordt ziek, en moet het bed houden, waar ze op voor dokters onbegrijpelijke wijze bloed verliest en steeds meer wegkwijnt. Haar toestand wordt onhoudbaar; weeral valt op hoe trefzeker Quiroga is in het weergeven van de gruwel: ‘Wanneer ze wakker werd, had ze altijd het gevoel volkomen uitgeteld op bed te liggen met een miljoen kilo boven op haar. Na de derde dag verdween dit gevoel niet meer. Ze kon nog maar nauwelijks haar hoofd bewegen. Ze mochten haar bed niet aanraken of zelfs maar haar kussen opschudden. Haar schemergruwelen namen de vorm aan van monsters die zich naar haar bed sleepten, en moeizaam via de sprei omhoogklommen.’
Quiroga doet het er makkelijk uitzien, maar hier ligt een bovenmenselijke beheersing aan ten grondslag. Alicia sterft tenslotte, maar als de dienstvrouw het bed wil aftrekken, blijkt er iets raars aan de hand te zijn met het kussen:
‘De dienstbode pakte het op, maar liet het onmiddellijk weer vallen en bleef er lijkbleek en trillend naar kijken. Zonder te weten waarom voelde Jordán dat zijn haren recht overeind gingen staan.
‘Wat is er?’ mompelde hij schor.
‘Het is ontzettend zwaar,’ stamelde de dienstbode zonder met trillen op te kunnen houden.’
Er blijkt een monsterlijk beest in het kussen verborgen te zitten, ‘een levende, kleverige bal’, die zo opgezwollen is dat je zijn bek niet meer kunt zien. Dit monster zoog Alicia’s bloed op ’s nachts; de horror is compleet, maar Quiroga besluit het verhaal met een neutrale, bijna wetenschappelijke paragraaf, een kille ingreep die effect sorteert omdat het niet waar kan zijn maar toch overtuigend klinkt:
‘Deze vogelparasieten, die in hun normale omgeving piepklein zijn, kunnen in bepaalde omstandigheden enorme afmetingen krijgen. Vooral mensenbloed schijnt heel goed voor ze te zijn, en ze worden niet zelden in veren kussens aangetroffen.’
IJskoud, – wat Spielberg met de westerse perceptie van haaien heeft gedaan, deed Quiroga met kussens; niemand legt zich na dit verhaal gelezen te hebben nog rustig te bed.
‘De geslachte kip’ komt zo mogelijk nog harder aan. Opnieuw wordt het verhaal zo opgebouwd dat je ziet hoe de tragedie onherroepelijk afstevent op het einde, dat één van de wreedste en gruwelijkste ontwikkelingen in de literatuurgeschiedenis moet zijn: het wordt lezers met een zwakke maag aangeraden zich mentaal goed te wapenen voor het te lezen. Het geniale aan dit verhaal is de subtiele Freudiaanse ondertoon, die suggereert dat de jongens ondanks hun idiote aard begrijpen dat de schuld van hun verwaarlozing bij hun kleine zusje ligt, wat hen tot hun satanische wraakhandeling aanzet. De eerdere scène in de keuken verwijst op akelige wijze vooruit naar wat zal komen; met open mond en grote ogen staren ze naar de huishoudster die de kip de strot doorsnijdt; zodra de moeder dit ziet, jaagt ze hen weg, waarbij nog eens wordt benadrukt hoezeer ze een hekel heeft aan de ‘monsters’. Als de ouders op het einde van het verhaal nog uit wandelen zijn en het dochtertje in het zicht van de vier starende idioten via een stoel op een muur probeert te klimmen en er geschreven wordt dat er een ‘bestiale vraatzucht’ op hun gezichten ligt, weet je wat er gaat komen. En toch lees je het verhaal gehypnotiseerd ten einde uit. De geserreerde stijl, die haaks lijkt te staan op de aard en de grootte van de tragedie, verleent het verhaal des te meer zeggingskracht.
Moge dit dienen als bewijs van Quiroga’s belang als schrijver; de andere twee geciteerde verhalen zijn (bijna) even memorabele confrontaties met de dood, die geen mededogen kent in de wereld van Quiroga.
Wat naast de hier uitgelichte verhalen nog een bijzondere vermelding verdient is het verhaal ‘De zonnesteek’, waarin honden centraal staan, een eigenaardigheid die hij vaker toepaste: zo heeft hij ook verhalen vanuit het perspectief van paarden en slangen. Een hoogtepunt is het beroemde en waanzinnige verhaal ‘Anaconda’, waarin slangen samenkomen en in opstand treden tegen de mensen, wat tot een bloederig einde leidt; je zit tientallen pagina’s lang in de wereld der slangen, zonder dat het ooit belachelijk of grotesk overkomt (ik weet jammer genoeg niet of het ooit in het Nederlands vertaald is). Ook het verhaal ‘De dode man’ eindigt vanuit het perspectief van het paard, dat naar zijn gestorven baasje kijkt. Deze fascinatie met dieren past in zijn bredere affiniteit met het wilde regenwoud van Misiones, waar hij ging wonen omdat hij zich niet op zijn plaats voelde in de bewoonde wereld. Hij koos vrijwillig voor een ballingschap vol ontberingen; de dood loerde om elke hoek. Die ervaring (gekoppeld aan een bizarre fantasie) transponeerde hij vervolgens naar zijn verhalen, die bij de beste Zuid-Amerikaanse verhalen van de twintigste eeuw horen.
✎ DE SCHRIJVER
Bebaarde Uruguayaan met een fascinatie voor de dood en een afkeer van gemaniëreerdheid. Pionier voor het Zuid-Amerikaans proza zoals Rubén Darío dat was voor de poëzie.
► VERDICT
Zonder Quiroga hadden we Cortázar niet (in dezelfde hoedanigheid) gehad. Voldoende reden om hem tot de literaire adelstand te verheffen.
door Arthur
