
♞ PERSONAGES
- Jean: de verteller
- Stilitano: eenhandige Serviër, macho en ongenaakbaar, de grote onbeantwoorde liefde
- Roger, die van Stilitano hield en door wie hij samen met hem wordt verlaten
- Lucien: die hem de zachtheid laat zien en die hij daarom in de steek laat
- Armand: de totale bruutheid, diepe criminaliteit, bij wie hij zijn jaloezie vergeet maar wie hij verraadt
༄ OPENINGSZIN
Geweld is de naam die ik geef aan een onverschrokkenheid in rust die belust is op gevaar.
De echte eerste zin van Dagboek van een dief noemt de kleding van dwangarbeiders “roze met wit gestreept”: het vat de insteek van Dagboek van een dief: de combinatie van wreedheid met een esthetiserende blik. Maar de eerste bladzijden dienen als proloog: de klinkende eerste zin van het dagboek zelf toont de reflectieve Genet, die diep doordringt in het kwaad waar hij verliefd op is geworden.
▼ INHOUD
Diefstal, verraad, homoseksualiteit zijn de heilige drievuldigheid van een schrijver die het laagste tot hoogste verheven heeft. Als meest autobiografische van Genets werken is Dagboek van een dief de neerslag van Genets leven als verstotene in de straten van Europa tijdens de jaren dertig. In de haven van Antwerpen, de kroegen van Barcelona leeft Genet tussen ‘bedelaars, dieven, flikkers en hoeren’, zoals hij de omgeving van zijn aanbeden Stilitiano beschrijft. Stilitiano, waarvan hij ‘de heerlijke geur van zijn nooit gewassen lichaam’ wil drinken. Genet trekt ons mee in zijn masochistische genot en kan criminelen overtuigend als heiligen voorstellen. Als jongen besluit hij datgene te worden waarvan hij wordt beschuldigd: het uitschot dat de wereld van hem maakt, en dat tot hoogste ideaal te verheffen, als de ultieme realisatie van zijn eigen wil (Genets afkeer van de heldhaftigheid en het medelijden van de mens doen aan Nietzsche denken).
Het verhaal volgt Jeans diefstallen en verraad, maar het is geen eenvoudige spiegel van Genets leven; daarvoor is de esthetisering te radicaal. Gevangenen zijn bloemen, de gevangenis een paleis. Elegantie is het enige criterium voor de schoonheid van een daad. Maar druipende diarree en laf verraad zijn Genets invulling van elegant. En schoon is geil: het erotische van de marginaliteit en het kwaad zijn de essentiële aantrekkingskracht voor een leven aan de rand.
Als Stilitano hem in de steek laat, zwerft Jean door Frankrijk, Italië en Midden-Europa, om Stilitano uiteindelijk in Antwerpen te treffen in de buurt van homoseksuele prostitutie en drugs. Liefdesgeschiedenissen volgen elkaar op, Jean prostitueert zichzelf, zonder dichter te komen, en altijd eindigend in deserteren, verraad of isolatie.
Hoewel het harde verhaal wordt gedragen door een filosofisch doorzicht en thematisering van de abstracte ideeën van de situaties, is er nergens een notie van schuldbesef, nergens een vraag of de diefstal, het verraad en de moorden fout kunnen zijn. Jeans enige moraal is een noemen van de verstotenen als vorm van erkenning, en de daaruit voortvloeiende haat voor de mens die zichzelf groot waant in zijn empathie. Meer dan een omkering van de moraal wil Genet de oordelen verplaatsen van het morele naar het esthetische en de nadruk leggen op de schoonheid van het walgelijke.
▲ WAAROM IS HET GOED
Die omgekeerd esthetiserende beweging wordt gebracht in een taal die zelf het zuiver poëtische van een memoire aanvult met de grofheid en directheid van dieventaal: ‘flikkers’ en ‘negers’ zijn in de vertaling bewust gehouden. De clash van stijl en inhoud en de sublimatie van de inhoud door de stijl in de esthetisering van het lage, bepalen Genets stem. Als je dit boek leest, zie je ook hoe groot het aandeel schrijvers is dat in een vrij beperkte culturele wereld leeft. Genet staat diametraal tegenover alles wat met het hoge van Kunst te maken heeft, en wordt om die uniciteit op handen gedragen door Sartre, Cocteau, Gide, die in hem oprechte rauwheid vinden.
Maar ook omdat de grootheid van Genet ver voorbijgaat aan zijn uitzonderingspositie; er zijn genoeg kunstenaars die hun eigen leven als aanknopingspunt voor shockerende kunst hebben genomen en vergeten zijn met hun lage levens. Het gaat niet puur om de ‘rauwe kracht’ van een wreed leven; Genet is een denker, iemand die zijn eigen situatie telkens opnieuw thematiseert, filosofeert. En hoewel Dagboek van een dief gelijkenissen heeft met de hardheid van Leos Carax’ films, is er in Genet niets van de verfijning van pakweg Les amants du pont neuf, waar de liefde van de zwervers geromantiseerd en gesublimeerd wordt. Bij Genet blijft het lelijke als lelijke, ook wanneer het in de mooiste taal getekend wordt.
Genet is genadeloos in zijn denken en treedt met zijn taal in de voetsporen van Baudelaire, Verlaine, Mallarmé. In zekere zin is Dagboek van een dief het radicaliseren van literatuur als kunst: de zintuiglijkheid van het woord vindt zichzelf ten volle uit in een wereld aan gene zijde van de ‘schone’ poëzie, tussen de pisbakken, en zonder het minste schuldbesef. Genets Frans is machtig, dus wie kan, spoedt u naar de oorspronkelijke versie, zoniet is de uitstekende vertaling van Kiki Coumans in de mooie recente uitgave van de Bezige Bij een aanrader.
✎ DE SCHRIJVER
Jean Genet (1910) kende zijn ouders niet, werd als tienjarige opgesloten in een jeugdgevangenis, sloot zich aan bij het vreemdelingenlegioen, deserteerde direct, en wordt na een leven als dief, prostituee en landloper opgesloten. Hij begint te schrijven in de gevangenis.
► VERDICT
Geësthetiseerde erotische wreedheid in de trant van Mishima of de Sade, zoals er weinig werk bestaat; het heeft even weinig gemeen met rauw realisme als met romantiek. Vuile lijfelijkheid in een betoverende stijl.
door Ana
